Citaat | Rechtbank Noord-Holland 17 juni 2026

Onder 4.8. Rechtbank Noord-Holland 17 juni 2026

Een alinea uit Rechtbank Noord-Holland 17 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:6889.

Mede gelet op hetgeen de kantonrechter hiervoor in 4.1.tot en met 4.6. heeft overwogen, maakt [eiser] zich met het instellen van zijn vordering schuldig aan misbruik van procesrecht. Zijn vordering van de hoofdsom is evident ongegrond, omdat deze al vóór de dagvaarding is betaald. De vordering tot deblokkering van de creditcard is evident ongegrond, omdat de overeenkomst is geëindigd. En de vordering tot vergoeding van rente en kosten had achterwege moeten blijven in verband met de betrokken belangen van ING. [eiser] had op voorhand moeten begrijpen dat deze vordering geen kans van slagen had, omdat ING de betaling terecht had opgeschort vanwege het fraudeonderzoek naar de stelselmatige chargebackverzoeken van [eiser] . Hierbij weegt mee dat [eiser] uit financieel gewin handelt. ING heeft daarom in dit geval recht op vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa2de0884c1d62519236a0f4d8c169004be1d67ce88ade0da6401a4fa04b1fd6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa2de0884c1d62519236a0f4d8c169004be1d67ce88ade0da6401a4fa04b1fd6, en de alinea staat in dat document op bytes 14231 tot 15127.