Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 28 maart 2014

Onder 4. Rechtbank Noord-Nederland 28 maart 2014

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 28 maart 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:1602.

De bewuste dag kwam ik om ongeveer 16.00 uur weer thuis. Ik zag in de voortuin zitten [slachtoffer],[medeverdachte] en [getuige 1]. We gingen in de achtertuin zitten.[medeverdachte] begint op [slachtoffer] met zijn vuist te slaan en te schoppen. [slachtoffer] valt tegen de schutting aan en gaat onderuit.[medeverdachte] heeft hem ook nog geschopt toen [slachtoffer] al op de grond lag. Ik dacht bij mezelf: "Ik bemoei me er niet mee." Ik deed niets. Ik keek weg. [slachtoffer] gaat weer staan en hij loopt naar het hokje toe.[medeverdachte] loopt met een breekijzertje in zijn hand. Daar wilde hij [slachtoffer] ook mee slaan. [getuige 1] en ik wilden niet dat[medeverdachte] [slachtoffer] daar mee sloeg. Wij zijn nog met ons drieën in de achtertuin. Ik wilde naar binnen. We willen via de achterdeur naar binnen, maar deze zit op slot.[medeverdachte] wilde ook naar binnen en pakte een grote siertegel die hij door het raam wilde gooien. Daar weerhield ik[medeverdachte] van. Toen ik opnieuw aan de achterdeur voelde, was deze los. Ik ga naar binnen.[medeverdachte] en [getuige 1] blijven nog buiten. Een paar minuten later komen [getuige 1] en[medeverdachte] binnen. Het bier is op en ik vraag aan [getuige 1]: "Wil je met mij nog wat bier halen?" Dit was voor sluitingstijd. Dit was in ieder geval voor 18.00 uur. In mijn brommobiel hebben we het bier gehaald. Even na 18.00 uur komen we weer thuis. In de woonkamer zit[medeverdachte] en [slachtoffer] is boven onder de douche. Ik heb bij de trap geroepen aan [slachtoffer]: "Kom je nog."[medeverdachte] vloog naar boven. [slachtoffer] vliegt met een noodgang naar beneden. [slachtoffer] gaat weer zitten op zijn bank.[medeverdachte] gaat naast [getuige 1] zitten. Dan nemen we weer een biertje.[medeverdachte] loopt op [slachtoffer] af en stompt [slachtoffer] een aantal malen met zijn vuisten op zijn borst. Hij schopt hem tegen de schenen aan. [slachtoffer] geeft daar niets om. Hij kijkt gewoon. Naast de benzinepomp die in de kamer stond als een meubelstuk, ligt een honkbalknuppel. Ik pak deze knuppel vast. Ik was het zat. Ik sla met de knuppel op de grond en ik zei: "Ophouden nu. We hebben een leuke dag gehad." [getuige 1] zegt tegen mij: "Mag ik de knuppel zien?" Het was de knuppel van [naam 3]. [getuige 1] bekijkt de knuppel en gooit deze dan op de bank achter de rug van[medeverdachte].[medeverdachte] gaat door met sarren en opruien en neemt ondertussen een puntje cocaïne. Ik dacht: "Ojee, dat gaat niet goed."[medeverdachte] had al eerder gezegd: "Als ik coke gebruik ga ik los."[medeverdachte] zit weer te sarren naar [slachtoffer] toe. Hij vernedert hem. Vervolgens pakt[medeverdachte] de knuppel. Hij loopt op [slachtoffer] af en geeft een knalharde schop tegen zijn hoofd aan. Knoeterhard. Dan kijken [getuige 1] en ik elkaar aan, naar aanleiding van die trap. Ik dacht: "Dit is niet goed. Het mag niet en het hoort niet. Ik wil er niet bij zijn."[medeverdachte] maakt zwaaibewegingen met de honkbalknuppel.[medeverdachte] gaat weer zitten en de knuppel gooit hij op de groene bank naast [getuige 1].[medeverdachte] vliegt weer op [slachtoffer] af. Hij begint te schoppen en te slaan tegen [slachtoffer]. Knoeterhard.[medeverdachte] pakt opnieuw de knuppel en dat ziet [slachtoffer] en [slachtoffer] wil weg. Dan slaat[medeverdachte] [slachtoffer] overal, maar niet op zijn hoofd. [slachtoffer] valt en dan is[medeverdachte] weer vals en begint weer met de knuppel op [slachtoffer] te slaan op zijn lichaam. Keihard en keihard. Hij leeft zich uit. [slachtoffer] gaat in de foetushouding liggen.[medeverdachte] gooit de knuppel van zich af en de knuppel belandt in de hal. Hij gaat dan zitten en [slachtoffer] krabbelt overeind en gaat weer op de bank zitten. Hij pakt weer zijn blikje bier en gaat gewoon weer drinken. Ik zie [getuige 1] bellen. Ik dacht: "Ik ga een blokje om." Ik wilde deze ellende niet. Ik ben even de straat ingelopen met mijn hondje. Ongeveer 10 minuten. Daarna ga ik weer naar het huis van [slachtoffer] en loop door de keuken naar de woonkamer.[medeverdachte] staat in de hal. [getuige 1] is door zijn vriendin opgehaald. [slachtoffer] zat op de bank. We zijn met ons drieën. [slachtoffer] gaat naar boven.[medeverdachte] komt er achteraan, haalt hem in en gooit [slachtoffer] van de trap af. Ik zit in de kamer. Ik kan naar de gang kijken en ik zie [slachtoffer] van de trap donderen. Hij valt met zijn hoofd tegen een kastje aan.[medeverdachte] pakt de honkbalknuppel. [slachtoffer] staat op en hij wil naar mij toelopen.[medeverdachte] slaat [slachtoffer] met de knuppel op zijn hoofd. Meerdere keren. Ook weer op zijn lichaam. [slachtoffer] gaat weer op zijn bank zitten. Er komt bloed uit zijn hoofd.[medeverdachte] zat ook op de bank. De knuppel was bij[medeverdachte]. Ik dacht: "Ik ga weg." Ik ben weggegaan. Ik ben ongeveer 20 minuten een rondje gelopen met de hond. Ik werd er beroerd van. Ik ben weer teruggekeerd. Via de achterdeur ga ik naar de woonkamer en ik zie [slachtoffer] in de hal liggen. Hij sliep. Hij snurkte. Ik ga zitten en ik zeg tegen [slachtoffer]: "Kom op jong, overeind." Hij gaat overeind en ik zie een hele plas bloed. Hij gaat de kamer in en draait zich om. Hij wil gaan zitten en dan pakt[medeverdachte] de knuppel weer en slaat [slachtoffer] in zijn nek. [slachtoffer] valt voorover. Hij roept nog: "Au, au". [slachtoffer] had tot nu toe nog geen kik gegeven.[medeverdachte] schopt [slachtoffer] in zijn zij en op zijn benen.[medeverdachte] werd helemaal gek. [slachtoffer] draaide zich weer om en kreeg toen twee harde klappen met de knuppel op zijn gedeeltelijk ontblote buik.[medeverdachte] slaat [slachtoffer] in het wilde weg waar[medeverdachte] [slachtoffer] maar raken kan. Ook stampt[medeverdachte] met zijn schoenen, dat zijn grote legerkisten, op het gezicht van [slachtoffer]. Hij schopt ook tegen zijn hoofd. [slachtoffer] ligt op dat moment in de woonkamer naast de bank te snurken. Toen ben ik samen met[medeverdachte] naar [naam 1] gegaan. We hebben de knuppel naar het graf van [naam 3] gebracht. Toen kwamen wij in [naam 1] aan. Ik ben daarna samen met[medeverdachte] naar het huis van [slachtoffer] gereden. Ik zag [slachtoffer] met open ogen liggen in de woonkamer.[medeverdachte] heeft toen gebeld met 112.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab0ecd70fbc2df549aa94b5e2a44846372e63ebcb64f3cc52d61257e89ca5c2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab0ecd70fbc2df549aa94b5e2a44846372e63ebcb64f3cc52d61257e89ca5c2b, en de alinea staat in dat document op bytes 63169 tot 69449.