Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 30 april 2014

Onder 4.4.1. Rechtbank Noord-Nederland 30 april 2014

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 30 april 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:2281.

[A] c.s. heeft vervolgens gesteld dat hij de Algemene Voorwaarden op grond van de artikelen 6:233 en 6:234 BW heeft vernietigd bij brief van 18 mei 2012. [A] c.s. heeft daartoe gesteld dat hij zich niet kan herinneren dat hij de Algemene Voorwaarden vóór of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand gesteld heeft gekregen. Volgens [A] c.s. ligt het op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv op de weg van ABN AMRO om te bewijzen dat zij de Algemene Voorwaarden daadwerkelijk aan [A] c.s. ter hand heeft gesteld. De enkele omstandigheid dat - zoals ABN AMRO heeft aangevoerd - terhandstelling geschiedt op basis van een standaardprocedure bij ABN AMRO is daartoe volgens [A] c.s. onvoldoende. Ook de in de offerte opgenomen voorgedrukte acceptatieverklaring is daartoe volgens [A] c.s. onvoldoende. Volgens [A] c.s. is sprake van een verklaringsfictie, welke verklaringsfictie kan worden aangemerkt als een onredelijk bezwarend beding ex artikel 6:236 sub k BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be41d8ecb2770b592680e6cd98dc4d8f1a50321f4022cdc52e2dd0b6ed3e5d65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be41d8ecb2770b592680e6cd98dc4d8f1a50321f4022cdc52e2dd0b6ed3e5d65, en de alinea staat in dat document op bytes 33517 tot 34512.