Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 13 mei 2015
Onder 4.3. Rechtbank Noord-Nederland 13 mei 2015
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 13 mei 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:2394.
Artikel 68 lid 1 Fw belast de curator met het beheer en de vereffening van de failliete boedel. De curator heeft daarbij de taak om de belangen van de gezamenlijke bij het faillissement betrokken schuldeisers te behartigen (HR 23 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1590). De curator heeft gesteld, en door Sita is onvoldoende gemotiveerd weersproken, dat hij ten behoeve van de boedel en dus namens de gezamenlijke crediteuren optreedt. Daaronder vallen ook crediteuren met vorderingen die zijn ontstaan na de gewraakte handelingen. De stelling van Sita dat de curator een vordering tot vernietiging op grond van de faillissementspauliana niet mede kan instellen ten behoeve van crediteuren met vorderingen die zijn ontstaan na de gewraakte transactie maar voor faillissement, omdat die crediteuren niet door die handelingen zouden zijn benadeeld, is onjuist. Artikel 42 Fw stelt een dergelijke beperking niet. Voor een terecht beroep op artikel 42 Fw is nodig, en ook voldoende, dat benadeling aanwezig is op het tijdstip waarop de rechter over de vordering beslist of op het tijdstip waarop de curator zijn rechten doet gelden (zie HR 22 mei 1992, NJ 1992/526 en HR 24 april 2009, NJ 2009/416). De vraag of benadeling aanwezig is, moet volgens deze arresten worden beantwoord door de hypothetische situatie waarin de schuldeisers zouden hebben verkeerd zonder de gewraakte rechtshandeling te vergelijken met de situatie waarin de schuldeisers feitelijk verkeren als die handeling onaangetast blijft. Deze vergelijking brengt met zich dat ook schuldeisers die ná een gewraakte transactie zijn opgekomen en die wisten dat bepaalde vermogensbestanddelen aan de boedel zijn onttrokken door die transactie benadeeld kunnen zijn, als zij zonder de transactie wel verhaal hadden gehad op die vermogensbestanddelen. Van de met artikel 68 lid 1 Fw strijdige situatie zoals die aan de orde was in HR 16 september 2005, NJ 2006/311, waarin de curator optrad ten behoeve van een bepaalde groep van schuldeisers en de opbrengst niet aan het boedelactief zou toevoegen maar aan die schuldeisers ten goede zou laten komen, is in het onderhavige geval geen sprake. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de curator handelt binnen zijn wettelijke bevoegdheid van art. 68 Fw en aldus ontvankelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4bc0dfa08034b08e37d7881c9e882a4baa2b5711ba3bb6abbda2cc66c4e5d34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4bc0dfa08034b08e37d7881c9e882a4baa2b5711ba3bb6abbda2cc66c4e5d34, en de alinea staat in dat document op bytes 24348 tot 26652.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4bc0dfa08034b08e37d7881c9e882a4baa2b5711ba3bb6abbda2cc66c4e5d34 | shasum -a 256