Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 26 augustus 2015

Onder 5.6. Rechtbank Noord-Nederland 26 augustus 2015

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 26 augustus 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:4128.

Het voorgaande geldt niet voor de meer subsidiaire grondslag van onrechtmatige daad die uitgaat van een handelen van [C] jegens [A] persoonlijk. In zoverre kan [A] wel in zijn vordering worden ontvangen. De rechtbank stelt voorop dat het aan [A] als eiser is om, ter voldoening aan zijn stelplicht, zijn vordering met voldoende feiten en omstandigheden te onderbouwen. De rechtbank is van oordeel dat [A] dit heeft nagelaten, waartoe het volgende wordt overwogen. [C] heeft onweersproken gesteld dat hij in elk geval moeder, [B] , [D] en [E] op de hoogte heeft gebracht van het bestaan van de meerwaardeclausule en de hiervoor onder 2.8 bedoelde transacties. Ter comparitie heeft [C] desgevraagd aanvullend verklaard dat hij geen contact met [A] hierover heeft gehad, maar dat voor zover hem bekend is [A] hiervan door [B] in kennis is gesteld. Weliswaar wordt die aanvullende verklaring door [A] betwist, maar tegen deze achtergrond kan niet zonder nadere toelichting, die ontbreekt, geoordeeld worden dat [C] willens en wetens [A] relevante informatie over een mogelijk (gezamenlijk) vorderingsrecht onthouden heeft. De door [A] van [C] gevorderde schadevergoeding zal om die reden worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52ddbf45520295ee218153350e54cbf7f89fd71ff4d56048e8f3d39ba748d9fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52ddbf45520295ee218153350e54cbf7f89fd71ff4d56048e8f3d39ba748d9fd, en de alinea staat in dat document op bytes 34678 tot 35892.