Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 8 september 2015

Onder 1.15. Rechtbank Noord-Nederland 8 september 2015

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 8 september 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:4670.

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser niet-ontvankelijk is. De brief van 14 augustus 2013 (zie 1.11.) is volgens verweerder niet een voor bezwaar vatbare beschikking. Het bedrag aan invorderingsrente is volgens verweerder op andere wijze, in de zin van artikel 30, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 (hierna: IW), aan eiser bekend gemaakt. Verweerder verwijst naar de brieven van 8 juli 2010 en 6 juli 2012 (zie 1.2. en 1.6.). Op grond van deze brieven, alsmede door de navorderingsaanslag was eiser er volgens verweerder van op de hoogte dat hij op grond van artikel 28 van de IW invorderingsrente verschuldigd zou zijn over de totale uit de navorderingsaanslag voortvloeiende schuld. Ook de acceptgiro’s zelf zijn volgens verweerder beschikkingen in de zin van artikel 30 van de IW. Volgens verweerder wist, of althans had eiser redelijkerwijs moeten begrijpen, dat na betaling van de acceptgiro’s nog invorderingsrente in rekening zou worden gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24ef01dae31abbb5c306c5c78da05a7ff10f73e7727b97a8d82d345ad71a7bbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24ef01dae31abbb5c306c5c78da05a7ff10f73e7727b97a8d82d345ad71a7bbd, en de alinea staat in dat document op bytes 19829 tot 20819.