Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 8 september 2015

Onder 1.15. Rechtbank Noord-Nederland 8 september 2015

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 8 september 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:4670.

6. Voor beantwoording van de vraag of eiser ontvankelijk is in zijn beroep, dient vastgesteld te worden of verweerder een voor bezwaar vatbare beschikking heeft afgegeven. Hoewel uit de parlementaire geschiedenis (MvT op de wet van 26 maart 1987, Stb. 1987, 120) en uit het arrest van de Hoge Raad van 13 maart 1991 (nr. 27 075, ECLI:NL:HR:1991:ZC4539) kan worden afgeleid dat een acceptgiro als een beschikking in de zin van artikel 30 van de IW kan worden aangemerkt, is de rechtbank van oordeel dat de onderhavige acceptgiro’s niet als een dergelijke beschikking kunnen worden aangemerkt. Op de acceptgiro’s (zie 1.5. en 1.7.) is namelijk alleen het openstaande bedrag vermeld en er is geen toelichting gegeven hoe de verschuldigde invorderingsrente na afboeking van het openstaande bedrag wordt berekend. Gelet op het vorenstaande is naar het oordeel van rechtbank geen sprake van een mededeling over welk gedeelte van de betaling als invorderingsrente is verantwoord. Nu op de acceptgiro’s, omdat deze in een handmatig traject zijn opgemaakt, eveneens geen rechtsmiddelenverwijzing zijn opgenomen, ontbreken naar het oordeel van de rechtbank de essentialia van een beschikking als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de IW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24ef01dae31abbb5c306c5c78da05a7ff10f73e7727b97a8d82d345ad71a7bbd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24ef01dae31abbb5c306c5c78da05a7ff10f73e7727b97a8d82d345ad71a7bbd, en de alinea staat in dat document op bytes 21259 tot 22510.