Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 13 november 2015

Onder 5.9. Rechtbank Noord-Nederland 13 november 2015

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 13 november 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:5221.

Reeds gelet op de omstandigheid dat de Staat niet te gelden heeft als de partij die feitelijk gas wint, komt de vordering van [A] c.s. in al haar onderdelen niet voor toewijzing in aanmerking. De toewijzing van deze vordering zou bovendien ook om andere redenen niet tot het door [A] c.s. gewenste resultaat, te weten de staking van de gaswinning, hebben kunnen leiden. Niet ter discussie staat immers dat NAM zich bezig houdt met de gaswinning in het Groningenveld. De toewijzing van de vordering jegens de Staat zou niet verhinderen dat NAM gebruik blijft maken van de concessie die aan haar is verleend en dat zij aldus doorgaat met de gaswinning. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de vorderingen van [A] c.s. uitdrukkelijk niet beogen om deze concessie aan te vechten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bdca2b606e7ac60097e675960452066db0c66747823b56de9433b8c2c59998d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bdca2b606e7ac60097e675960452066db0c66747823b56de9433b8c2c59998d, en de alinea staat in dat document op bytes 24553 tot 25345.