Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2015

Alinea 158 Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:656.

De rechtbank ziet geen aanleiding de verklaringen van [medeverdachte] uit te sluiten van het bewijs. De rechtbank constateert met de verdediging dat [medeverdachte] gedurende het verloop van het proces steeds gedetailleerder en negatiever over de rol van verdachte (tijdens en voorafgaande aan de ten laste gelegde feiten) is gaan verklaren. De rechtbank stelt echter vast dat de kern van haar verhaal over het gebeurde op 20 juli 2013 en de vijf à zes weken daarvoor vanaf het allereerste begin onveranderd is gebleven en bovendien ondersteund wordt door andere bewijsmiddelen. De rechtbank doelt daarbij niet alleen op de verklaring van [getuige], maar met name op objectief forensisch bewijs. De rechtbank ziet dit voorts in het licht van het feit dat verdachte ruimschoots de gelegenheid heeft gehad om op de verklaringen van [medeverdachte] te reageren, maar ervoor heeft gekozen om te zwijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb53cd682a6a19747f7fa9142f5c872d88b24eba0d482156fbb50d8d9a374728. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb53cd682a6a19747f7fa9142f5c872d88b24eba0d482156fbb50d8d9a374728, en de alinea staat in dat document op bytes 20193 tot 21108.