Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2015

Alinea 164 Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:656.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen/genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen/genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb53cd682a6a19747f7fa9142f5c872d88b24eba0d482156fbb50d8d9a374728. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb53cd682a6a19747f7fa9142f5c872d88b24eba0d482156fbb50d8d9a374728, en de alinea staat in dat document op bytes 22366 tot 23376.