Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2015

Alinea 166 Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2015

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:656.

Uit de stukken kan de rechtbank ten aanzien van feit 2 niet bepalen of er bij verdachte sprake is geweest van voorbedachte raad. De enkele omstandigheid dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling heeft gehandeld, is onvoldoende om voorbedachte raad aan te kunnen nemen. De rechtbank overweegt daarbij ook dat de door verdachte gemaakt opmerking op 20 juli 2013 dat hij er “een einde aan ging maken”, ook als contra-indicatie kan worden beschouwd voor het aannemen van voorbedachte raad in de periode daaraan voorafgaand. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ in feit 2.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb53cd682a6a19747f7fa9142f5c872d88b24eba0d482156fbb50d8d9a374728. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb53cd682a6a19747f7fa9142f5c872d88b24eba0d482156fbb50d8d9a374728, en de alinea staat in dat document op bytes 24090 tot 24765.