Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 15 maart 2016
Onder 4.5 Rechtbank Noord-Nederland 15 maart 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 15 maart 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:1164.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, gelet op het door hem overgelegde taxatierapport met bijbehorende waardematrices, aan de op hem rustende bewijslast voldaan. Zoals de rechtbank in haar uitspraken van 2 juli 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:3117, ECLI:NL:RBNNE:2015:3118 en ECLI:NL:RBNNE:2015:3119, heeft overwogen, moet ervan uit worden gegaan dat pas bij de obligatoire koopovereenkomsten die ná 16 augustus 2012 zijn gesloten, bij de prijsbepaling rekening is gehouden met het risico op aardbevingen met een maximale kracht van 3.9 op de Schaal van Richter. Gesteld noch aannemelijk is geworden dat dat in dit geval anders is. Voor het eerst bij de verkopen, waarvan de koopovereenkomst ná januari 2013 is gesloten, kan bij de prijsbepaling in aanmerking zijn genomen dat een risico bestaat op aardbevingen met een kracht van 5.0 op de Schaal van Richter, nu pas in januari 2013 bekend werd dat de bodemgesteldheid zodanig was dat in het gaswinningsgebied een kans is op aardbevingen van een dergelijke zwaarte. De rechtbank acht het voorstelbaar dat, zoals eiser stelt, kopers van onroerende zaken in het gaswinningsgebied na de uitingen van Minister Kamp in februari 2013 (zie bij 1.7) zich zeker bewust zijn geworden van het risico op (zware) aardbevingen. Verkopen, waarvan de koopovereenkomst ná februari 2013 is gesloten, bevatten naar het oordeel van de rechtbank dan ook voldoende informatie over de invloed van de uit de op 1 januari 2013 bestaande bodemgesteldheid voortvloeiende factoren (het imago-effect, de onzekerheid over de vergoeding van de kosten voor het aardbevingsbestendig maken van de woning en de rompslompschade) op de waardebepaling. Gelet op de data van de koopovereenkomsten van de vergelijkingspercelen gelegen aan de [a-weg #1] te [B] (19 september 2013), [C-laan #] te [B] (5 september 2014) en [d-diep #] te [C] (14 mei 2014), acht de rechtbank aannemelijk dat de invloed van deze factoren in de voor deze drie vergelijkingspercelen gerealiseerde verkoopcijfers is verdisconteerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook aan de hand van deze drie vergelijkingsobjecten aannemelijk gemaakt dat hij bij de waardevaststelling rekening heeft gehouden met de invloed van de uit de op 1 januari 2013 bestaande bodemgesteldheid voortvloeiende factoren. Dit wordt naar het oordeel van de rechtbank ondersteund door de overige drie in de waardematrices gehanteerde vergelijkingspercelen, waarvan de koopovereenkomsten dateren van ná de aardbeving van 16 augustus 2012, maar vóór januari 2013. De rechtbank acht deze vergelijkingspercelen echter in zoverre bruikbaar, dat de rechtbank aannemelijk acht dat bij de prijsvorming van de ter zake gerealiseerde verkoopcijfers, anders dan bij de vóór 16 augustus 2012 gesloten koopovereenkomsten, de bewustheid aanwezig was van het (toen veronderstelde) risico dat in het gaswinningsgebied aardbevingen met een maximale kracht van 3.9 op de Schaal van Richter zouden kunnen voorkomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze vergelijkingspercelen op zichzelf niet het oordeel kunnen dragen dat bij de waardevaststelling rekening is gehouden met de invloed van de uit de op 1 januari 2013 bestaande bodemgesteldheid voortvloeiende factoren, maar dat deze vergelijkingspercelen wel kunnen dienen ter ondersteuning van dit oordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aeee9ab3ee37e6745d78e534291f77d220e7b64e1e72955ddd00a1f976df0b0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aeee9ab3ee37e6745d78e534291f77d220e7b64e1e72955ddd00a1f976df0b0b, en de alinea staat in dat document op bytes 18016 tot 21370.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aeee9ab3ee37e6745d78e534291f77d220e7b64e1e72955ddd00a1f976df0b0b | shasum -a 256