Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 26 april 2016
Onder 3.1. Rechtbank Noord-Nederland 26 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 26 april 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:2041.
4. Voor zover verweerder zich op het standpunt stelt dat een aantal gronden van de verzoeken om voorlopige voorziening in de beroepsfase buiten behandeling dienen te worden gelaten vanwege het relativiteitsvereiste, als bedoeld in artikel 8:69a van de Awb, stelt de voorzieningenrechter voorop dat, gelet op de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS), onder meer kenbaar uit ECLI:NL:RVS: 2015:842, niet geanticipeerd behoord te worden op het relativiteitsvereiste in het kader van een voorlopige voorzieningsprocedure hangende de bezwaarfase. Gelet hierop gaat de voorzieningenrechter voorbij aan deze stelling van verweerder en zullen de gronden van de verzoeken om voorlopige voorziening inhoudelijk worden beoordeeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6cdeec51884c27a704bc424486766c92bda6aa64cbd2ddb9443003b0624fa19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6cdeec51884c27a704bc424486766c92bda6aa64cbd2ddb9443003b0624fa19, en de alinea staat in dat document op bytes 21173 tot 21953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6cdeec51884c27a704bc424486766c92bda6aa64cbd2ddb9443003b0624fa19 | shasum -a 256