Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016
Onder 2.1 Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:3373.
Partijen verschillen van mening over de samenloop tussen artikel 4 van de Wet BRV (de regeling van de fictieve onroerende zaken) en de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de Wet BRV (de bedrijfsopvolgingsfaciliteit). Meer in het bijzonder gaat het om de vraag of de bedrijfsopvolgingsfaciliteit kan worden toegepast op de verkrijging van fictieve onroerende zaken als bedoeld in artikel 4 van de Wet BRV (zoals de onderhavige aandelen in een zogeheten onroerend goed-lichaam). Eiser beantwoordt deze vraag bevestigend, verweerder ontkennend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6, en de alinea staat in dat document op bytes 12206 tot 12816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6 | shasum -a 256