Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016
Onder 3.3 Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:3373.
Gelet op de gang van zaken ten aanzien van de voldoening op aangifte (zie 1.2 en 1.3) is de rechtbank echter van oordeel dat er uiteindelijk wel een ontvankelijk bezwaarschrift is ingediend. Zowel de aangifte als de voldoening hebben immers plaatsgevonden op 26 februari 2015. In het aangifteformulier heeft eiser verwezen naar het eerder ingediende (premature) bezwaarschrift van 9 februari 2015. Die verwijzing merkt de rechtbank aan als een (herhaald) bezwaar, dat dus is ingediend op hetzelfde moment als waarop de aangifte is gedaan. Bovendien valt de indiening van dit (herhaalde) bezwaar samen met het moment van de voldoening. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de voorwaarden die de Hoge Raad op dit punt heeft gesteld voor belastingen die worden geheven bij wege van voldoening op aangifte (zie Hoge Raad 21 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BG5375, r.o. 3.3.2). Ook in materiële zin staat in het onderhavige geval wat de rechtbank betreft overigens buiten twijfel dat eiser zich op 26 februari 2015 van het voorwerp van bezwaar een vastomlijnde voorstelling had gevormd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6, en de alinea staat in dat document op bytes 16733 tot 17842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6 | shasum -a 256