Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016

Onder 6.1 Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:3373.

De rechtbank stelt vast dat uit de totstandkomingsgeschiedenis van de huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet valt op te maken of de wetgever welbewust heeft beoogd om de gefacilieerde bedrijfsoverdracht exclusief te reserveren voor (objectieve) ondernemingen in de zin van de Wet inkomstenbelasting, en dus ook niet of uitdrukkelijk is beoogd om indirecte verkrijgingen (van fictieve onroerende zaken) daarvan uit te sluiten. De letterlijke tekst van de wet biedt evenmin uitsluitsel. De rechtbank zal daarom zoveel mogelijk aansluiten bij de (kennelijke) bedoeling die de wetgever ten tijde van de invoering van de huidige vrijstelling heeft gehad, en dus het geschil op grond van het doel en de strekking ervan beslechten. Mutatis mutandis zal de rechtbank hetzelfde doen waar het gaat om de toepasselijkheid van de regeling van de fictieve onroerende zaken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6, en de alinea staat in dat document op bytes 22588 tot 23464.