Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016
Onder 7.5 Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:3373.
Ten slotte heeft de rechtbank bij haar oordeel meegewogen dat de opvatting van het begrip 'onderneming' in materiële zin goed aansluit bij het ondernemingsbegrip zoals dat in de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in andere heffingswetten wordt gehanteerd (vgl. het huidige artikel 35c van de Successiewet 1956 en de artikelen 4.17a en 4.17c van de Wet IB 2001). In de betreffende bepalingen gaat het immers steeds om een onderneming 'als bedoeld in artikel 3.2 van de Wet IB 2001', ook wanneer die onderneming gedreven wordt door een vennootschap of lichaam. Hoewel de wetgever in deze gevallen (wel) uitdrukkelijk uitgaat van rechtsvormneutraliteit (zie HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0193, r.o. 3.5.3), is dit voor de rechtbank geen aanleiding om voor de onderhavige faciliteit uit de Wet BRV anders te oordelen. Door de vrijstelling niet toe te passen, zou immers juist een ongewenste fiscale belemmering (in de vorm van de heffing van overdrachtsbelasting) blijven bestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6, en de alinea staat in dat document op bytes 27646 tot 28671.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6 | shasum -a 256