Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016
Onder 7.6 Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 12 juli 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:3373.
8. De toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit mag vervolgens echter niet in strijd komen met de doelstelling die de wetgever bij de regeling van de fictieve onroerende zaak voor ogen heeft gestaan, te weten het voorkomen dat de heffing wordt ontgaan door het tussenschuiven van een rechtspersoon (zie 6.2). Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in het onderhavige geval echter geen sprake, nu er ten opzichte van de situatie dat de onderliggende onroerende zaken als zodanig (direct) zouden zijn overgedragen, geen heffing achterwege zou zijn gebleven die anders wel zou hebben plaatsgevonden. Als diezelfde materiële onderneming zou zijn overgedragen, zonder dat deze werd gedreven door een rechtspersoon, zou op de overdracht van de onroerende zaken immers de vrijstelling van toepassing zijn geweest. Aldus leidt het tussengeschoven zijn van een vennootschap in het onderhavige geval niet tot het vermijden van heffing (vgl. de zogeheten doorkijkarresten Hoge Raad 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AU8559 en Hoge Raad 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580). De rechtbank acht het hierbij van belang, dat in de onderhavige casus als uitgangspunt heeft te gelden dat er sprake is geweest van een materiële onderneming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6, en de alinea staat in dat document op bytes 29226 tot 30474.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c8cc7f49c10ba11583633b16d5ccf411289219837ebf0b4e8dde050078002b6 | shasum -a 256