Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 6 januari 2016
Onder 2.11.9 Rechtbank Noord-Nederland 6 januari 2016
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 6 januari 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:47.
Voor wat betreft de oostzijde geldt dat op grond van het "bestemmingsplan 2004" op de gronden die zijn voorzien van de aanduiding "waterkering toegestaan" - wat hier blijkens de plankaart het geval is - werken ten behoeve van de waterkering zijn toegestaan. Ingevolge het "bestemmingsplan 2015" geldt voor deze gronden een dubbelbestemming ("Agrarisch - Cultuurgrond" en "Waterstaat - Waterkering"), op grond waarvan eveneens werken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een waterkering is toegestaan. Deze bestemmingen zien op een strook grond, direct gelegen naast de gronden met de bestemming "Water", welke strook een breedte heeft van circa tien meter, zoals de gemeente onbestreden bij conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek en wijziging van eis in reconventie, randnummer 101) heeft gesteld. Uit de (niet-bindende) plantoelichting bij beide bestemmingsplannen leidt de rechtbank af dat de planwetgever met deze bestemmingen heeft beoogd om aan deze gronden mede een waterkerende functie toe te kennen. Dit brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat op deze gronden de aanleg van oevers wél is toegestaan. Nu Ludinga Vastgoed zich blijkens haar brief aan de gemeente van 19 juni 2006 (productie 13 bij conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie) op het standpunt stelt dat bij een nat wateroppervlak van 14.90 meter de opvaart inclusief oevers nog binnen de bestemming "Water" zou vallen en zij aldus 5.10 meter rekent voor de aanleg van de oevers, moet hieraan de gevolgtrekking worden verbonden dat de opvaart met een waterlijnbreedte van 20 meter en inclusief de oevers voor wat betreft het "bestemmingsplan 2004" binnen de bestemmingen "Water" en "Cultuurgrond" (met aanduiding "waterkering") en voor wat betreft het "bestemmingsplan 2015" binnen de bestemming "Waterstaat - waterkering" kan worden aangelegd en dus in planologisch opzicht op grond van beide bestemmingsplannen (ook) mogelijk is. Zoals hiervoor vermeld, staat immers vast dat laatstbedoelde bestemming zich uitstrekt over een strook grond met een breedte van circa tien meter, terwijl de bestemming "Water" betrekking heeft op een stuk grond met een breedte van twintig meter. Aldus is 30 meter beschikbaar voor de aanleg van de opvaart op de overeengekomen wijze, inclusief oevers. Binnen deze bestemmingen kan - anders dan Ludinga Vastgoed in haar antwoordakte heeft aangevoerd - naar het oordeel van de rechtbank ook een eventuele kade worden aangelegd, gelet op de waterkerende functie hiervan. De rechtbank kan Ludinga Vastgoed dan ook niet volgen in haar standpunt dat voor de aanleg van de opvaart in de door de gemeente gevorderde zin, zowel de gronden ten westen als ten oosten van de bestemming "Water" benodigd zijn. Weliswaar kan aan Ludinga Vastgoed worden toegegeven dat Woudstra voornoemd in zijn memo op pagina 7 melding maakt van de omstandigheid dat aan de westzijde van de opvaart reeds gronden zijn uitgegeven, als gevolg waarvan op die plek geen water meer kan worden gerealiseerd, maar uit de tekening op pagina 8 van deze memo blijkt dat hij hierbij het oog heeft op het gedeelte bij de Kop van de Oostmeep, kruising Schuitenzand, waarop - zoals hiervoor reeds besproken - de vordering van de gemeente geen betrekking heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca0ff5fc34f8426c9d6d573f80ce3c68c0f6656411d4cfcd94f2a6df382e3483. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca0ff5fc34f8426c9d6d573f80ce3c68c0f6656411d4cfcd94f2a6df382e3483, en de alinea staat in dat document op bytes 46607 tot 49903.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca0ff5fc34f8426c9d6d573f80ce3c68c0f6656411d4cfcd94f2a6df382e3483 | shasum -a 256