Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 6 januari 2016

Onder 2.25 Rechtbank Noord-Nederland 6 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 6 januari 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:47.

Met betrekking tot de proceskosten overweegt de rechtbank als volgt. Bij conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie heeft de gemeente tien (hoofd) vorderingen tegen Ludinga Vastgoed ingesteld, waarbij de gemeente bovendien een aantal vorderingen heeft opgesplitst in (sub)vorderingen. Meest in het oog springend hierbij is hoofdvordering VIII, die de gemeente heeft opgesplitst in tien vorderingen (a. tot en met j.). Bij conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek en wijziging van eis in reconventie heeft de gemeente drie (hoofd)vorderingen ingetrokken, namelijk de vorderingen V (depotrekening planschade), VII (maatschap Kingma) en IX (dwangsommen). Bij akte na pleidooi heeft de gemeente vervolgens nog twee (hoofd)vorderingen ingetrokken, namelijk de vorderingen IV (bouwvolumes, informatieverplichting, depotrekening) en VI (driehoek nabij de Batting). De gemeente heeft dus na pleidooi de helft van haar oorspronkelijke hoofdvorderingen ingetrokken. Hier staat tegenover dat de gemeente de door haar gehandhaafde vorderingen gaandeweg de procedure (nader) heeft gewijzigd, geconcretiseerd en aangepast, met name de vorderingen ten aanzien van de kosten van het onderhoud en woonrijp maken van het openbaar gebied. Gaandeweg de procedure is immers steeds meer duidelijk geworden welke kosten (nog) gemoeid zijn met dit onderhoud en woonrijp maken. Het partijdebat heeft met name betrekking gehad op deze geschilpunten alsmede over (de breedte van) de opvaart. In dat opzicht kunnen de andere vorderingen, bijvoorbeeld ten aanzien van de persleiding en het meewerken aan de overdracht van een perceel (liggende onder de Pollendam), als ondergeschikt worden beschouwd. De rechtbank stelt vast dat de gemeente ten aanzien van de vorderingen waarover partijen in hoofdzaak het debat over hebben gevoerd, namelijk de opvaart en de kosten van het onderhoud en het woonrijp maken, in het gelijk zal worden gesteld. Dit betekent dat Ludinga Vastgoed als de (grotendeels) in het ongelijk te stellen partij heeft te gelden. Ludinga Vastgoed zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca0ff5fc34f8426c9d6d573f80ce3c68c0f6656411d4cfcd94f2a6df382e3483. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca0ff5fc34f8426c9d6d573f80ce3c68c0f6656411d4cfcd94f2a6df382e3483, en de alinea staat in dat document op bytes 84522 tot 86661.