Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 6 januari 2016

Onder 2.8.2 Rechtbank Noord-Nederland 6 januari 2016

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 6 januari 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:47.

De rechtbank heeft, niettegenstaande de conclusie van Ludinga Vastgoed dat er geen sprake zou zijn van een contractuele grondslag, haar verweer anders begrepen en wel in die zin dat Ludinga Vastgoed de verplichting als zodanig niet betwist, maar wel de planologische en feitelijke uitvoerbaarheid. Voor zover de rechtbank het verweer van Ludinga Vastgoed al anders - in de door Ludinga Vastgoed voorgestane zin - had moeten verstaan, is de rechtbank van oordeel dat het verweer geen doel kan treffen. Voor de volledigheid voegt zij daarom aan haar eerdere overwegingen op dit punt thans toe dat uit de expliciete instemming met de brief van 30 november 2007 reeds volgt dat Ludinga Vastgoed zich jegens de gemeente heeft verbonden om een opvaart met een waterlijnbreedte van 20 meter aan te leggen. Weliswaar heeft Ludinga Vastgoed aan haar instemming een voorwaarde verbonden, maar deze voorwaarde ziet enkel op het tijdstip van uitvoering. Uit de wijze waarop Ludinga Vastgoed haar voorbehoud heeft geformuleerd, kan zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet worden afgeleid dat dit verband hield met bestemmingswijzigingen die nog moesten plaatsvinden, zoals zij bij dupliek naar voren heeft gebracht. De rechtbank blijft daarom bij haar oordeel dat Ludinga Vastgoed zich met haar akkoordverklaring van 24 januari 2008 jegens de gemeente heeft verbonden om over de volledige planlengte een opvaart met een waterlijnbreedte van 20 meter aan te leggen, dit evenwel met uitzondering van een gedeelte van circa 120 meter ter hoogte van de Kop van de Oostmeep, kruising Schuitenzand. Overigens kan in dit verband ook nog worden gewezen op de stukken die de gemeente bij antwoordakte na tussenvonnis in het geding heeft gebracht, in het bijzonder de bestektekeningen van 28 januari 2008 (productie 3), die door Ludinga Vastgoed op 19 maart 2008 voor akkoord zijn ondertekend. Op deze tekeningen is - met uitzondering van de hiervoor bedoelde 120 meter waar de opvaart smaller kan worden uitgevoerd - een waterlijnbreedte van 20 meter aangegeven, zoals de gemeente heeft aangevoerd en Ludinga Vastgoed vervolgens niet heeft bestreden. Ook hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat Ludinga Vastgoed de contractuele verplichting op zich heeft genomen om een opvaart met een waterlijnbreedte van 20 meter aan te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca0ff5fc34f8426c9d6d573f80ce3c68c0f6656411d4cfcd94f2a6df382e3483. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca0ff5fc34f8426c9d6d573f80ce3c68c0f6656411d4cfcd94f2a6df382e3483, en de alinea staat in dat document op bytes 25964 tot 28306.