Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 13 december 2017

Onder 4.2. Rechtbank Noord-Nederland 13 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 13 december 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:4769.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben de rechtbank vervolgens verzocht om terug te komen op voornoemde beslissing (opgenomen in rechtsoverweging 4.8. van het tussenvonnis). Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] heeft de rechtbank - samengevat - haar beslissing gebaseerd op een onjuiste feitelijke grondslag, omdat, verkort weergegeven, (a) ING Bank nimmer obligatiehouder is geworden, (b), dit blijkt uit de gedingstukken, (c) [eisers] een en ander ook niet heeft gesteld en (d) ten onrechte is aangenomen dat de Stichtingen een procedure zouden verhinderen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] verwijzen daartoe onder meer naar hun brief van 11 november 2016 met bijlagen, waarin staat dat ING Bank een herstructurering heeft uitgevoerd in plaats van na opeising van de hypothecaire geldleningen over te gaan tot executie van de onroerende zaken. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] wijzen erop dat bij die brief een raamovereenkomst van 10 januari 2014 is overgelegd, waaruit blijkt dat ING Bank uiteindelijk alleen heeft gecontracteerd met de fondsen, de Stichtingen, de holdings en de STAK. Tussen ING Bank en de obligatiehouders is geen definitieve regeling tot stand gekomen, aldus [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . De mogelijkheid voor [eisers] om tezamen met de andere obligatiehouders conform het voorgeschreven traject een vergadering bijeen te roepen, met als doel een procedure te entameren, stond en staat gewoon open, aldus [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . Volgens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dient de rechtbank daarom haar beslissing te herzien en [eisers] alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen. [eisers] heeft betwist dat sprake is van een onjuiste feitelijke grondslag en heeft daartoe, samengevat weergegeven, aangevoerd dat onderdeel van het aanbod van ING Bank was dat de obligatiehouders hun obligaties zouden overgedragen, teneinde ING Bank in staat te stellen de fondsen te herstructureren. In ruil daarvoor zou ING bank een afkoopsom aan de obligatiehouders betalen en die afkoopsom is ook daadwerkelijk betaald, aldus [eisers] Informatie over de inhoud van de uiteindelijk definitief geworden regeling, welke informatie pas ná het tussenvonnis door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] is overgelegd, kan volgens [eisers] niet aan hem worden tegengeworpen. Het (na het tussenvonnis) naar voren brengen van nieuwe feiten over de ING regeling is in strijd met de goede procesorde. [eisers] concludeert daarom tot afwijzing van het verzoek om terug te komen op een bindende eindbeslissing.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f260865e200f8733599f15bfdb7dab2681e9d0bed8ef9ead0f535fa78da5d021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f260865e200f8733599f15bfdb7dab2681e9d0bed8ef9ead0f535fa78da5d021, en de alinea staat in dat document op bytes 86815 tot 89406.