Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 13 december 2017

Onder 5.21. Rechtbank Noord-Nederland 13 december 2017

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 13 december 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:4769.

Een en ander in onderling verband en samenhang beschouwend is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde sub 1] op het moment van uitgifte van de prospectussen wist, althans behoorde te weten, dat [eisers] in geval van deelname aan de vastgoedfondsen Bouw State II en III de risico's zou lopen behorend bij een financieringsmaatschappij met intercompany leningen, terwijl daarvan geen melding werd gemaakt in de prospectussen en [gedaagde sub 1] als initiatiefnemer en indirect bestuurder van Bouw State II en III volledig verantwoordelijk was voor de inhoud van het prospectus. De rechtbank is voorts van oordeel dat [gedaagde sub 1] op het moment van uitgifte van de prospectussen wist, althans behoorde te weten, dat [eisers] in geval van deelname aan de vastgoedfondsen een aanzienlijke concerngarantie werd voorgespiegeld van € 5,7 miljoen voor Bouw State II en € 8,7 miljoen voor Bouw State III, terwijl [Z] in werkelijkheid volstrekt onvoldoende liquiditeit en solvabiliteit had om daadwerkelijk tot uitkering te kunnen overgaan. Als indirect bestuurder van Bouw State II en III wist [gedaagde sub 1] , althans had hij redelijkerwijs behoren te begrijpen, dat het niet vermelden van de risico's behorend bij een financieringsmaatschappij met intercompany leningen en het onvermeld laten van de vermogenspositie van [Z] , misleiding van [eisers] met zich zou brengen, op de wijze zoals hiervoor in r.o. 5.18. en 5.19. overwogen. Door de uitgifte van de prospectussen zonder vermelding van de risico's zoals hiervoor overwogen, heeft [gedaagde sub 1] als middellijk bestuurder van Bouw State II en III bewerkstelligd dat Bouw State II en III onvolledige prospectussen openbaar hebben gemaakt, hetgeen heeft geresulteerd in misleidende mededelingen in de zin van artikel 6:194 BW. Hiervan kan [gedaagde sub 1] naar het oordeel van de rechtbank tegen voorgaande achtergrond persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt, zodat [gedaagde sub 1] onrechtmatig jegens [eisers] heeft gehandeld. De gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde sub 1] in zijn hoedanigheid van middellijk bestuurder van Bouw State II en III onrechtmatig jegens [eisers] heeft gehandeld zal de rechtbank derhalve toewijzen. De overige stellingen en verweren ter zake verwijtbaar handelen van [gedaagde sub 1] behoeven daarom geen bespreking meer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f260865e200f8733599f15bfdb7dab2681e9d0bed8ef9ead0f535fa78da5d021. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f260865e200f8733599f15bfdb7dab2681e9d0bed8ef9ead0f535fa78da5d021, en de alinea staat in dat document op bytes 152841 tot 155182.