Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 18 september 2018
Alinea 69 Rechtbank Noord-Nederland 18 september 2018
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 18 september 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:4752.
De rechtbank komt hiertoe mede op grond van de uitspraken die verdachte direct na het incident heeft gedaan tegen de politie en een buurvrouw, alsmede gelet op hetgeen de politie haar na de aanhouding heeft horen zeggen. Deze uitlatingen passen niet bij de verklaringen die verdachte in haar latere verhoor bij de politie en ter terechtzitting heeft afgelegd. In haar eerste uitlatingen na de gebeurtenissen heeft verdachte expliciet en meerdere keren gezegd: “Ik heb hem gestoken”. Dat zij daarmee slechts heeft bedoeld dat verdachte gewond is geraakt door het mes dat zij vasthield, acht de rechtbank niet aannemelijk. Verdachtes opmerkingen bieden geen enkel aanknopingspunt voor die lezing. Zij heeft op geen enkele wijze aangegeven dat het niet haar bedoeling was dat hij geraakt werd. Integendeel, zij voegde er nog aan toe: “Had ik hem maar doodgestoken”. Deze uitlatingen vallen niet te rijmen met de latere verklaringen van verdachte, waarin zij aangeeft dat zij geen stekende beweging heeft gemaakt, dat aangever in het mes is gelopen en dat zij aangever geen pijn heeft willen doen”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85fbd6186f84fd78ff930ae20a4a07ffa66798f134e67df0bdf250cd9d53d139. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85fbd6186f84fd78ff930ae20a4a07ffa66798f134e67df0bdf250cd9d53d139, en de alinea staat in dat document op bytes 21190 tot 22309.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/85fbd6186f84fd78ff930ae20a4a07ffa66798f134e67df0bdf250cd9d53d139 | shasum -a 256