Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 30 september 2020

Onder 7.3. Rechtbank Noord-Nederland 30 september 2020

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 30 september 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3387.

9. Het beroep is ongegrond, maar de toekenning van een immateriële schadevergoeding is echter grond voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 262,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van in totaal € 525 en een wegingsfactor 0,5). Een wegingsfactor van 0,5 is toegepast, omdat de proceskostenvergoeding uitsluitend wordt toegekend vanwege de vergoeding voor immateriële schade. Vanwege samenhang met de zaak van de echtgenoot van eiser (20/2760), vindt in elk van de zaken vergoeding van de helft plaats. De bezwaren en beroepen waarin dezelfde vragen spelen en identieke stukken zijn ingediend, zijn gelijktijdig behandeld. Aangezien de overschrijding van de redelijke termijn aan verweerder is toe te rekenen, zal de vergoeding van dit bedrag door verweerder moeten plaatsvinden, in elk van de zaken daarom een bedrag van afgerond € 131.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db6b22df91c8f607460c4282f49441ad9864d1eb9921d9cd5cb019fffa7450e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db6b22df91c8f607460c4282f49441ad9864d1eb9921d9cd5cb019fffa7450e9, en de alinea staat in dat document op bytes 35388 tot 36587.