Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 10 november 2020
Onder 4.4. Rechtbank Noord-Nederland 10 november 2020
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 10 november 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3821.
Artikel 3:316 lid 1 BW bepaalt dat de verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt. Dit betekent dat niet alleen de gerechtigde zelf de verjaring kan stuiten, maar dat ook anderen aan diens zijde handelingen kunnen verrichten die leiden tot stuiting van de verjaring van de aan de gerechtigde toekomende rechtsvordering. Indien de ingestelde eis niet leidt tot toewijzing is de verjaring op grond van artikel 3:316 lid 2 BW slechts gestuit indien binnen zes maanden nadat het geding door het in kracht van gewijsde gaan van een uitspraak of op een andere wijze is geëindigd, een nieuwe eis wordt ingesteld en deze alsnog tot toewijzing leidt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/324956b0353d7b78cf74cc066957d56569bc3c98aff650a5d266fefd78fcc806. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 324956b0353d7b78cf74cc066957d56569bc3c98aff650a5d266fefd78fcc806, en de alinea staat in dat document op bytes 17752 tot 18563.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/324956b0353d7b78cf74cc066957d56569bc3c98aff650a5d266fefd78fcc806 | shasum -a 256