Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 10 november 2020

Onder 4.8. Rechtbank Noord-Nederland 10 november 2020

Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 10 november 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3821.

De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer van Aegon niet kan slagen. In de door VCG tegen Aegon aanhangig gemaakte collectieve procedure heeft VCG gesteld dat Aegon in strijd met de op haar rustende zorgplicht heeft gehandeld. In die procedure heeft het Gerechtshof Amsterdam onder meer geoordeeld (zie: ECLI:NL:GHAMS:2015:1229) dat Aegon haar zorgplicht heeft geschonden door niet te waarschuwen voor het restitutierisico dat optrad bij tussentijdse beëindiging van het Sprintplan of indien de deelnemer de belegging tussentijds verlaagde door verkoop van participaties. Het hof oordeelde verder dat Aegon haar zorgplicht had geschonden door geen inlichtingen in te winnen over de inkomens- en vermogenspositie van de aspirant-deelnemers. Het hof heeft op deze grond geoordeeld dat Aegon onrechtmatig heeft gehandeld jegens personen die met Aegon een Sprintplan-overeenkomst hebben gesloten en dientengevolge schade hebben geleden of zullen lijden. Gelet daarop, alsmede op het feit dat de schending van artikel 41 NR 1999 met name een rol speelt bij de billijkheidsafweging als bedoeld in artikel 6:101 BW (zie: Hoge Raad 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1935, rechtsoverweging 3.6.5) is de rechtbank van oordeel dat de thans ingestelde vordering van [A] wel degelijk aansluit op de door VCG ingestelde collectieve actie. De verjaring van de vordering van [A] is daarom gestuit door de collectieve procedure van VCG tegen Aegon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/324956b0353d7b78cf74cc066957d56569bc3c98aff650a5d266fefd78fcc806. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 324956b0353d7b78cf74cc066957d56569bc3c98aff650a5d266fefd78fcc806, en de alinea staat in dat document op bytes 21193 tot 22644.