Citaat | Rechtbank Noord-Nederland 10 november 2020
Onder 4.12. Rechtbank Noord-Nederland 10 november 2020
Een alinea uit Rechtbank Noord-Nederland 10 november 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:3821.
De kantonrechter stelt bij de beoordeling het volgende voorop. In 2016 heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 2 september 2016 ( [C] /Dexia, ECLI:NL:HR:2016:2012) onder meer geoordeeld, samengevat weergegeven, dat indien een cliëntenremisier zich niet beperkt tot het aanbrengen van potentiële cliënten bij een beleggingsinstelling of effecteninstelling, maar hij die belegger tevens in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf adviseert, de aldus handelende cliëntenremisier over een vergunning dient te beschikken. Indien de cliëntenremisier geen vergunning heeft en zich niet heeft beperkt tot het aanbrengen van de cliënt, maar ook jegens de afnemer als financieel adviseur is opgetreden en de aanbieder van het effectenleaseproduct hiervan op de hoogte was of behoorde te zijn, schendt de aanbieder van het effectenleaseproduct niet alleen haar zorgplicht, maar handelt zij ook in strijd met artikel 41 NR 1999. Dit levert volgens de Hoge Raad een (extra) onrechtmatigheidsgrond op, die de aanbieder van het effectenleaseproduct zwaar wordt aangerekend. Dit komt doordat een cliënt die is geadviseerd door een dienstverlener (beleggingsadviseur) minder snel bedacht hoeft te zijn op en zich minder snel uit eigen beweging hoeft te verdiepen in niet vermelde risico's dan degene die zich wendt tot een aanbieder van een effectenleaseproduct. De Hoge Raad oordeelt daarnaast dat niet hoeft te worden aangetoond dat de aanbieder van het effectenleaseproduct wist of behoorde te weten dat de cliëntenremisier niet over een vergunning beschikte toen zij ten opzichte van de belegger mede als beleggingsadviseur optrad. De aanbieder van het effectenleaseproduct moet als professionele effecteninstelling (geacht worden te) weten dat een cliëntenremisier die tevens adviseert, de grenzen van de vrijstelling van artikel 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995 overschrijdt. Daarom lag het ook op de weg van de aanbieder van het effectenleaseproduct om, als zij wist of behoorde te weten dat de tussenpersoon mede in de hoedanigheid van beleggingsadviseur was opgetreden, te onderzoeken of de tussenpersoon over de daartoe benodigde vergunning beschikte. Indien daarvan geen sprake was had de aanbieder van het effectenleaseproduct moeten weigeren met de particuliere belegger te contracteren. In zijn arrest van 12 oktober 2018 ( [D] /Dexia, ECLI:NL:HR:2018:1935) bevestigt de Hoge Raad het voorgaande nogmaals uitdrukkelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/324956b0353d7b78cf74cc066957d56569bc3c98aff650a5d266fefd78fcc806. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 324956b0353d7b78cf74cc066957d56569bc3c98aff650a5d266fefd78fcc806, en de alinea staat in dat document op bytes 25312 tot 27751.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/324956b0353d7b78cf74cc066957d56569bc3c98aff650a5d266fefd78fcc806 | shasum -a 256