Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 3 april 2015

Onder 5.2. Rechtbank Oost-Brabant 3 april 2015

Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 3 april 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:1921.

8. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat de hiervoor genoemde wetten een eigen inzagerecht met een eigen toetsingskader bevatten. De desbetreffende artikelen in de Wpg, de Wwft, de Wjsg en de Bpbo derogeren aan het algemene artikel 35 van de Wbp. De rechtbank vindt voor dit oordeel steun in de Memorie van Toelichting (MvT) bij de Wbp (Kamerstukken II, 1997-1998, 25 892, nr. 3). In paragraaf 5 van de MvT is op bladzijde 12, kort samengevat, vermeld dat twee modellen kunnen worden onderscheiden om de algemene privacynormen in formele wetgeving per sector te concretiseren. Het tweede model is een model waarbij voor een sector een uitputtend (privacy-)regime is geschapen en waarbij in de wet wordt vermeld dat de toepasselijkheid van de algemene regels geheel wordt uitgesloten. Als voorbeelden van het tweede model worden onder meer genoemd de Wet politieregisters (de voorloper van de huidige Wet politiegegevens) en de Wet op de justitiële documentatie (de voorloper van de huidige Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens). Veel bijzondere wetten zullen op onderdelen concretiseringen bevatten, gericht op de sector die zij regelen. Het gaat daarbij formeel om leges speciales die derogeren aan de bepalingen van dit wetsvoorstel, aldus de MvT.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d91fb73f72e40bffb89d2736d0af8b2516ad4becca7fd1e0f34ce7ae9a3e30d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d91fb73f72e40bffb89d2736d0af8b2516ad4becca7fd1e0f34ce7ae9a3e30d, en de alinea staat in dat document op bytes 17727 tot 19053.