Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 4 mei 2016

Alinea 65 Rechtbank Oost-Brabant 4 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 4 mei 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:2222.

Ten aanzien van een aan [betrokken bedrijf 1] geleverde partij mono-methylamine in november 2014 heeft verdachte verklaard dat deze levering bestemd was voor [betrokken bedrijf 5] en dat de persoon die deze levering kwam ophalen de restant-koopsom ad € 7.500,- cash heeft afgerekend. De eigenaar van [betrokken bedrijf 5] , [medeverdachte 1] , heeft daarover verklaard dat er bij hem iemand aan de deur is gekomen die hem een contant geldbedrag gegeven heeft, dat hij vervolgens na ontvangst van een factuur van [betrokken bedrijf 1] moest overmaken aan [betrokken bedrijf 1] , en dat de bewuste partij mono-methylamine nooit bij hem is afgeleverd. De rechtbank acht de verklaring van [medeverdachte 1] geloofwaardig. De door hem geschetste gang van zaken komt overeen met de wijze waarop de overige bestellingen en leveringen plaatsvonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a7e82fee2dc743e2a670fcad23f2508c7a3fdc8490c8f7de75c802ebb3277ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a7e82fee2dc743e2a670fcad23f2508c7a3fdc8490c8f7de75c802ebb3277ef, en de alinea staat in dat document op bytes 19232 tot 20088.