Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 4 mei 2016

Alinea 78 Rechtbank Oost-Brabant 4 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 4 mei 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:2222.

Het verweer van de verdediging dat meerdere partijen hardware via de computer van verdachte en op naam van verdachte buiten zijn wetenschap zijn besteld door [betrokkene 3] , wordt door de rechtbank verworpen. Hoewel in het procesdossier inderdaad één bestelling is terug te vinden die is gedaan op naam van deze [betrokkene 3] , geldt voor alle bestellingen na 1 februari 2014 dat de correspondentie daarover is gevoerd met verdachte. Bovendien is al deze hardware gefactureerd aan [betrokken bedrijf 1] . Dat verdachte geen wetenschap heeft gehad van deze bestelling, acht de rechtbank dan ook volstrekt onaannemelijk. Gelet daarop ziet de rechtbank geen noodzaak om het onderzoek in de zaak van verdachte te heropenen en [betrokkene 3] voornoemd als getuige te horen. Het daarop gerichte voorwaardelijke verzoek van de verdediging wordt dan ook afgewezen. Ook het ter zitting herhaalde verzoek om de stukken uit de Belgische onderzoeken [namen Belgische onderzoeken] integraal te voegen bij het onderzoek [naam onderzoek] wordt afgewezen. In een eerder stadium zijn al stukken van deze onderzoeken toegevoegd aan het onderzoek dat aan deze strafzaak ten grondslag ligt. De noodzaak om deze beide onderzoeken in hun geheel bij dit onderzoek te voegen, is door de verdediging onvoldoende onderbouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a7e82fee2dc743e2a670fcad23f2508c7a3fdc8490c8f7de75c802ebb3277ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a7e82fee2dc743e2a670fcad23f2508c7a3fdc8490c8f7de75c802ebb3277ef, en de alinea staat in dat document op bytes 27562 tot 28878.