Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 29 juni 2016
Onder 9.15. Rechtbank Oost-Brabant 29 juni 2016
Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 29 juni 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:3387.
Deze twee bepalingen komen er samen op neer dat beëindiging van de raamovereenkomst alleen mogelijk is door 1) opzegging op de voet van artikel 6.3 van de raamovereenkomst, 2) beëindiging met wederzijds goedvinden, 3) ontbinding op de voet van artikel 26.1 of 4) beëindiging op grond van een van de andere bepalingen in de raamovereenkomst zoals artikel 26.2 e.v. of 10.1.10. Naar het wettelijk ontbindingssysteem wordt ook in artikel 6.3 niet verwezen. Op grond van artikel 26.1 onder a van de raamovereenkomst kan de overeenkomst alleen worden ontbonden indien sprake is van een “ernstige tekortkoming”, waarmee de overeenkomst een zwaardere ontbindingsgrond vereist dan de wet. Ook wat betreft de eis van een ingebrekestelling wijkt artikel 26.1 van de raamovereenkomst af van de wet: een ingebrekestelling is op grond van artikel 26.1 onder a altijd vereist en bij de uitzonderingen op die regel in artikel 26.1 onder b is de wettelijke regeling over fatale termijnen niet overgenomen. Die wettelijke regeling is alleen overgenomen in artikel 19 van de overeenkomst, waarin de schadevergoedingsplicht is geregeld. Een en ander wijst erop dat het de bedoeling van Alert en Bernhoven is geweest van de wettelijke ontbindingsregeling af te wijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bd79b460aeed7727a43b0ea1cd9dacb98f9c086cf7a72aaa98f7ad36800b199. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bd79b460aeed7727a43b0ea1cd9dacb98f9c086cf7a72aaa98f7ad36800b199, en de alinea staat in dat document op bytes 207078 tot 208346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bd79b460aeed7727a43b0ea1cd9dacb98f9c086cf7a72aaa98f7ad36800b199 | shasum -a 256