Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 29 juni 2016
Onder 12.41. Rechtbank Oost-Brabant 29 juni 2016
Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 29 juni 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:3387.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat, zelfs al zou zij er vanuit gaan dat factuur 20111003 op 31 maart 2011 opeisbaar was en dat de niet-betaling van die factuur een uitzondering in de zin van artikel 5.11 van de raamovereenkomst opleverde, dan nog zou deze uitzondering op 15 april 2011 zijn geëindigd. Op die datum voldeed Atrium immers alsnog factuur 20111003 door in de brief van mr. Ritzema van die datum een beroep te doen op verrekening van deze factuur met het bedrag van € 224.675, aan BTW dat resteerde van het voorschot, dat Atrium had opgeëist en op grond van het tweede Addendum ook mocht terugverlangen. Op dat moment kwam er een einde aan een eventueel verzuim van Atrium in verband met het niet betalen van factuur 20111003, zodat de opschorting door Atrium hoe dan ook niet gerechtvaardigd meer was. Omdat Alert haar projectwerk toen niet heeft hervat, raakte zij zelf in verzuim.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bd79b460aeed7727a43b0ea1cd9dacb98f9c086cf7a72aaa98f7ad36800b199. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bd79b460aeed7727a43b0ea1cd9dacb98f9c086cf7a72aaa98f7ad36800b199, en de alinea staat in dat document op bytes 325263 tot 326185.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2bd79b460aeed7727a43b0ea1cd9dacb98f9c086cf7a72aaa98f7ad36800b199 | shasum -a 256