Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026

Alinea 131 Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026

Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7601.

De rechtbank overweegt dat de gevorderde materiële schadevergoeding mogelijke toekomstige schade betreft. Of de benadeelde partij gaat verhuizen en of er in dat verband ook schade geleden wordt, en zo ja, hoeveel, is op dit moment nog niet duidelijk. Nu de vordering naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet en onvoldoende onderbouwd is, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Het vragen om een nadere onderbouwing, waarmee de zaak zou moeten worden aangehouden, levert een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998, en de alinea staat in dat document op bytes 56594 tot 57285.