Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026

Alinea 134 Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026

Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7601.

Gelet op alle omstandigheden waaronder de (gekwalificeerde opzet-)verkrachting heeft plaatsgevonden, heeft de rechtbank bij de begroting van de immateriële schade aansluiting gezocht bij de jurisprudentie en categorie 15.1 (verkrachting), onder b (categorie ‘ernstig’) van de Rotterdamse Schaal, waarbij een schadebedrag geïndiceerd is tussen de 7.500,- en 15.000,- euro. De rechtbank stelt de immateriële schade, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid en rekening houdend met wat in vergelijkbare zaken wordt toegekend, vast op een bedrag van 12.500,- euro. De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen. Voor het overige zal de rechtbank de vordering tot vergoeding van immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998, en de alinea staat in dat document op bytes 58221 tot 59093.