Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026
Alinea 30 Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026
Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7601.
Verdachte heeft bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het wederrechtelijk binnendringen van de woning van aangeefster en mishandeling van aangeefster, zoals ten laste gelegd onder 2 en 3. Hij ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan de gekwalificeerde opzetverkrachting, zoals ten laste gelegd onder feit 1. Volgens verdachte is er na de incidenten van feit 2 en 3 sprake geweest van “goedmaakseks”, waarbij sprake was van vrijwilligheid en wederzijdse instemming. Gelet op het voorgaande heeft de verdediging, conform de overgelegde pleitnota, vrijspraak bepleit ten aanzien van de gekwalificeerde opzetverkrachting. Voorts is aangevoerd dat de verklaring van aangeefster te veel vragen oproept en onvoldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen, waardoor niet is voldaan aan het bewijsminimum. Ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 2 en 3 ten laste gelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank, met dien verstande dat geen sprake is geweest van het onder 2 ten laste gelegde “van de trap naar beneden werken en/of haar van de trap af naar beneden duwen en trekken” (eerste gedachtestreepje) en “door het glas op de grond heen trekken” (laatste gedachtestreepje).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998, en de alinea staat in dat document op bytes 13951 tot 15193.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998 | shasum -a 256