Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026
Alinea 39 Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026
Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7601.
Bij de beoordeling van het bewijs, stelt de rechtbank voorop dat het in zedenzaken regelmatig voorkomt dat verklaringen van een slachtoffer en de verdachte lijnrecht tegenover elkaar staan. Het gaat immers vaak om seksuele handelingen waar maar twee mensen bij aanwezig zijn geweest: de verdachte en degene bij wie de verdachte strafbare seksuele handelingen zou hebben gepleegd. Als de verdachte de tenlastegelegde gedragingen ontkent, zoals in de onderhavige zaak ook het geval is ten aanzien van de onvrijwilligheid van de seks, is de verklaring van het slachtoffer vaak het enige directe wettig bewijsmiddel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998, en de alinea staat in dat document op bytes 18039 tot 18665.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998 | shasum -a 256