Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026

Alinea 48 Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026

Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7601.

Allereerst betrekt de rechtbank bij de bewijsvoering de getuigenverklaring van getuige [getuige 1] . Toen aangeefster de volgende ochtend kans zag haar woning te ontvluchten, is ze direct naar getuige [getuige 1] gegaan en heeft hem verteld wat er die nacht was gebeurd. Getuige [getuige 1] heeft waargenomen dat aangeefster doodsbang was. Hij verklaart dat aangeefster helemaal zat te shaken en te huilen. Ook heeft hij verschillende letsels waargenomen bij aangeefster. Hij zag dat haar oor rood was en dat ze blauwe plekken op haar arm had. Ook heeft hij gezien dat haar keel rood was. Verder zag hij dat ze een tand door haar lip had, waarvan het bloeden net gestopt was. De rechtbank is van oordeel dat zowel de door deze getuige omschreven gemoedstoestand van aangeefster als de bij haar waargenomen letsels nauw aansluiten bij wat zij heeft verklaard over wat haar die nacht was overkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63a6c7285ebd40cb49652da63d1e81d37189b1e28665b6b6a64181067a0ac998, en de alinea staat in dat document op bytes 22690 tot 23599.