Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026

Alinea 120 Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026

Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7686.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Hoewel het zeer aannemelijk is dat de benadeelde partij als gevolg van de inbraak in haar woning veel materiële schade heeft geleden is het voor de rechtbank op grond van de ingediende vordering niet mogelijk om de juistheid van de aan vordering gehechte taxatie vast te stellen. Daarbij is van belang dat twee bijlagen die wel in de stukken worden genoemd niet aan de vordering zijn gehecht. De rechtbank zal door de aard van de schade – die vrijwel geheel bestaat uit sieraden waarvan de waarde sterk afhangt van een juiste en deskundige taxatie – ook geen gebruik kunnen maken van haar bevoegdheid om de schade te schatten. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a Sv. Deze kosten worden begroot op nihil.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa046fdbbce784c02bacb4726da889599118d4822de1aef239623b7a13f96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcfa046fdbbce784c02bacb4726da889599118d4822de1aef239623b7a13f96d, en de alinea staat in dat document op bytes 53216 tot 54093.