Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026

Alinea 166 Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026

Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7686.

De verdediging heeft de rechtbank primair verzocht om het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen, gelet op de bepleite vrijspraken. Subsidiair heeft de verdediging de rechtbank verzocht om de schorsing te laten voortduren. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de rechtbank eerder, na kennisname van het einddossier met daarin vervat alle bewijsmiddelen voor de uiteindelijk tenlastegelegde feiten, de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft bevolen, ondanks een als hoog ingeschat recidiverisico. In de schorsingsperiode heeft verdachte blijkens de justitiële documentatie overtredingen begaan en zijn er verdenkingen geweest van misdrijven. Desondanks heeft het openbaar ministerie niet eerder de opheffing van de schorsing verzocht. De situatie is nu niet anders. Bij de opheffing van de voorlopige hechtenis blijft de verdachte gebonden aan bijzondere voorwaarden die hem uit hoofde van een andere zaak zijn opgelegd. Sinds 8 juni 2026 zijn er geen nieuwe politiemeldingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa046fdbbce784c02bacb4726da889599118d4822de1aef239623b7a13f96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcfa046fdbbce784c02bacb4726da889599118d4822de1aef239623b7a13f96d, en de alinea staat in dat document op bytes 68144 tot 69159.