Citaat | Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026
Alinea 94 Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026
Een alinea uit Rechtbank Oost-Brabant 2 november 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:7686.
De rechtbank stelt voorop dat in art. 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo'n handeling worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa046fdbbce784c02bacb4726da889599118d4822de1aef239623b7a13f96d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcfa046fdbbce784c02bacb4726da889599118d4822de1aef239623b7a13f96d, en de alinea staat in dat document op bytes 44686 tot 45389.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcfa046fdbbce784c02bacb4726da889599118d4822de1aef239623b7a13f96d | shasum -a 256