Citaat | Rechtbank Overijssel 23 juni 2015
Onder 7.7 Rechtbank Overijssel 23 juni 2015
Een alinea uit Rechtbank Overijssel 23 juni 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:3243.
’s-Hertogenbosch van 10 juli 2014 (ECLI:NL:GHSE:2014:1736). Dit Gerechtshof is tot het oordeel gekomen dat het van een vergunning vrijgestelde effectenbemiddelaar en dus een clientenremisier, als onafhankelijk adviseur, niet was toegestaan beleggingsadviezen te geven met betrekking tot effecten. De kantonrechter sluit zich bij dit oordeel en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen aan. De stelling van Dexia dat het geven van beleggingsadviezen indertijd geen vergunningplichtige activiteit was, kan haar niet baten. Dexia gaat met deze stelling eraan voorbij dat, zoals uit de memorie van toelichting bij de Wet toezicht (21038, nr. 3 vergadering jaar 1988-1989, p. 18 en 19) volgt, hieraan de voorwaarde wordt gesteld dat beleggingsadviseurs zelf op generlei wijze betrokken zijn bij de uitvoering van effectentransacties dan wel bij de aanbieding van bemiddeling door enige bemiddelaar (…). Indien bij voorbeeld de advisering geheel of mede de keuze van een effectenbemiddelaar betreft, is wel sprake van betrokkenheid van de adviseur bij de aanbieding van bemiddeling en zal de adviseur als bemiddelaar moeten worden beschouwd. Hieruit volgt dat de combinatie van het in contact brengen van een potentiële cliënt en het verrichten van adviesdiensten, die mede de keuze van een effecteninstelling inhouden, niet was toegestaan, maar kennelijk was voorbehouden aan instellingen die over een vergunning ingevolge de Wte 1995 beschikten. Uit het voorgaande vloeit voort dat, indien de stellingen van de belegger/[gedaagde] omtrent de advisering juist zijn Dexia in strijd met artikel 41 van de Nadere Regeling heeft gehandeld. Van causaal verband tussen de schending van artikel 41 Nadere Regeling en de schade zal echter alleen sprake zijn indien de tussenpersoon een onjuist advies heeft verstrekt. (In dezelfde bewoordingen de kantonrechter te Arnhem in zijn vonnis van 25 maart 2015 (ECLI:NL:RBGEL:2015:2472). De kantonrechter acht in voldoende mate komen vast te staat dat Spaar Select [gedaagde] van advies heeft gediend. Immers Spaar Select wordt als adviseur vermeld op de overeenkomst en er mag van worden uitgegaan dat Dexia ook daardoor ervan wist dat Spaar Select [gedaagde] had geadviseerd. Dexia betwist dat Spaar Select heeft geadviseerd op de wijze als [gedaagde] stelt. [gedaagde] zal, gelet op hetgeen is bepaald 150 Rv, toegelaten worden te bewijzen dat Spaar Select hem heeft in het kader van de advisering te kennen heeft gegeven dat de in het geding zijnde overeenkomst(en) een middel van sparen was waaraan voor hem geen risico’s waren verbonden. Indien [gedaagde] slaagt in het bewijslevering ziet de kantonrechter aanleiding om uit te gaan van een andere verdeling van de eigen schuld dan op grond van de Hof-formule is vastgesteld .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2c779be63f60440f0236a7b3c4ee78e263552dad2e99bb468e238ca28d87e2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2c779be63f60440f0236a7b3c4ee78e263552dad2e99bb468e238ca28d87e2f, en de alinea staat in dat document op bytes 34673 tot 37495.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2c779be63f60440f0236a7b3c4ee78e263552dad2e99bb468e238ca28d87e2f | shasum -a 256