Citaat | Rechtbank Overijssel 26 april 2016
Onder 4.7. Rechtbank Overijssel 26 april 2016
Een alinea uit Rechtbank Overijssel 26 april 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:1507.
Als formele bezwaren tegen voorwaardelijke ontbinding noemt Kruit de volgende. Indien het verzoek van de werknemer tot vernietiging wordt afgewezen, is die arbeidsovereenkomst definitief geëindigd en dient de werkgever in zijn verzoek tot voorwaardelijke ontbinding niet-ontvankelijk te worden verklaard. Eventueel appel is geen reden om voorwaardelijke ontbinding mogelijk te achten. Het Hof kan het gegeven ontslag op staande voet namelijk niet alsnog vernietigen, de arbeidsovereenkomst kan derhalve niet ‘herleven’. Oftewel, het ontslag op staande voet kan niet ‘ongedaan gemaakt worden’ in hoger beroep. Het hof kan de arbeidsovereenkomst alleen herstellen met ingang van een door het hof te bepalen datum. Dat betreft dan een nieuwe arbeidsovereenkomst die, kort gezegd, niet reeds door een voorwaardelijke ontbindingsbeschikking kan worden ontbonden. De rechtshandeling ‘opzegging’ blijft aldus in deze situatie, hoe dan ook, in stand waarmee de (eerste) arbeidsovereenkomst na het oordeel in eerste aanleg dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven definitief en onherroepelijk is geëindigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97fd8112f50742dec390647ea7254f77b22b7f2ae9ddd0ad2566299d02434e4b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97fd8112f50742dec390647ea7254f77b22b7f2ae9ddd0ad2566299d02434e4b, en de alinea staat in dat document op bytes 36816 tot 37955.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97fd8112f50742dec390647ea7254f77b22b7f2ae9ddd0ad2566299d02434e4b | shasum -a 256