Citaat | Rechtbank Overijssel 24 mei 2016

Onder 4 Rechtbank Overijssel 24 mei 2016

Een alinea uit Rechtbank Overijssel 24 mei 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:1850.

Dexia ziet zich geconfronteerd met de situatie dat [gedaagde 1] een vordering op haar pretendeert, dat [gedaagde 1] de verjaring van die vordering heeft gestuit, dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over afhandeling van een mogelijke vordering van [gedaagde 1] maar dat [gedaagde 1] evenmin een vordering tegen Dexia instelt. Dexia wil een einde maken aan deze onzekere situatie tussen haar en [gedaagde 1] . Nu er, zo blijkt uit de door Dexia overgelegde correspondentie, sprake is van een patstelling maakt Dexia naar het oordeel van de kantonrechter geen misbruik van haar bevoegdheid om [gedaagde 1] , teneinde die duidelijkheid te verkrijgen, in rechte te betrekken. Het enkele feit dat [gedaagde 1] meent dat er gronden zijn om de vordering af te wijzen, is onvoldoende om te concluderen dat Dexia haar bevoegdheid om haar vordering in rechte te laten beoordelen misbruikt. Evenmin is er naar het oordeel van de kantonrechter gebleken dat er sprake is van een handelen in strijd met de goede procesorde en/of een goede rechtspleging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1fef21e29cd513cc830c71b3377d1366c5a4fdbf5ea1c38eb3723a71a0503f82. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1fef21e29cd513cc830c71b3377d1366c5a4fdbf5ea1c38eb3723a71a0503f82, en de alinea staat in dat document op bytes 16534 tot 17598.