Citaat | Rechtbank Overijssel 9 november 2016
Onder 4.3.1. Rechtbank Overijssel 9 november 2016
Een alinea uit Rechtbank Overijssel 9 november 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:4347.
Gelet op de door [B] en [C] voor akkoord getekende verslagen van de verhoren heeft bij Schiphol c.s., naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter, op goede gronden het idee kunnen postvatten dat over een langere periode sprake is geweest van diverse onrechtmatige gedragingen waardoor Schiphol c.s. schade hebben kunnen lijden c.q. hebben geleden waarvoor [eisers 1, 2, 3, 4 en 5] en [eisers 6 en 7] (mede) aansprakelijk kunnen worden gehouden. Het verslag van het verhoor van [B] op 20 juni 2016 houdt onder meer in dat (i) hij goederen van [eiser 1] heeft ontvangen waar Schiphol c.s. middels Engie voor betaalde (ii) ingeval van onderuitputting van een budget, een ‘fakebegroting’ werd opgemaakt en de onderuitputting tussen hem, [eiser 1] en [C] werd verdeeld en dat [eiser 1] aan deze gang van zaken heeft meegewerkt, (iii) hij via zijn eenmanszaak ten minste ongeveer € 80.000 van [eiser 2] heeft ontvangen, (iv) hij een verbouwing aan zijn huis heeft laten uitvoeren waarvoor hij niet heeft betaald, welke verbouwing is uitgevoerd door het bedrijf van een neef van [eiser 1] . Van belang daarbij is dat de onrechtmatige gedragingen voor een belangrijk deel worden bevestigd door - het overigens niet voor akkoord ondertekende - verslag van het interview met [eiser 1] , en [eiser 1] voor zover hij al de door Schiphol c.s. vermoede onrechtmatige gedragingen heeft weersproken, dat in zeer algemene zin heeft gedaan. Voor zover al zou moeten worden aangenomen dat - anders dan Schiphol c.s. veronderstelt - [eiser 1] geen centrale rol heeft gespeeld bij de malversaties, merkt de voorzieningenrechter op dat zulks de aansprakelijkheid voor de schade als gevolg daarvan - al dan niet op de voet van 6:166 BW - niet zonder meer wegneemt. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het pleidooi van [eisers 1, 2, 3, 4 en 5] en [eisers 6 en 7] dat Schiphol c.s. geen schade kan hebben geleden omdat sprake zou zijn van vaste aanneemsommen voor aan Engie verleende opdrachten, reeds omdat niet uitgesloten kan worden geacht dat de tussen [B] , [C] en [eiser 1] gemaakte afspraken een prijsopdrijvend effect hebben gehad.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/53dc8f14f2954a3e2ffbb62513b811e22e8df33f3d8cbcfddbc768a6fe7c3784. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 53dc8f14f2954a3e2ffbb62513b811e22e8df33f3d8cbcfddbc768a6fe7c3784, en de alinea staat in dat document op bytes 24591 tot 26804.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/53dc8f14f2954a3e2ffbb62513b811e22e8df33f3d8cbcfddbc768a6fe7c3784 | shasum -a 256