Citaat | Rechtbank Overijssel 22 juni 2016

Onder 4.17. Rechtbank Overijssel 22 juni 2016

Een alinea uit Rechtbank Overijssel 22 juni 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:5532.

Indien onvoldoende aanwijzingen bestaan dat een verweerder met een onbekende woonplaats haar woonplaats buiten de Europese Unie heeft, heeft dat niet tot gevolg dat de internationale bevoegdheid krachtens artikel 6 Herschikte EEX-Verordening (voorheen artikel 4 EEX-Verordening) moet worden bepaald volgens het commune bevoegdheidsrecht van de aangezochte rechter. De toepassing van het commune recht komt pas aan de orde wanneer de aangezochte rechter over afdoende aanwijzingen beschikt die de conclusie wettigen dat verweerder daadwerkelijk buiten het grondgebied van de Europese Unie woont. Is dit niet het geval, dan wordt de internationale bevoegdheid bepaald volgens de (thans Herschikte) EEX-Verordening, waarbij de bevoegdheid onder omstandigheden gebaseerd kan worden op een alternatieve bevoegdheidsgrond zoals artikel 7 lid 3 Herschikte EEX-Verordening (voorheen artikel 5 lid 3 EEX-verordening) (zie HvJ EU 17 november 2011, C-327/10, NJ 2012/225, Hypotecni Banka/Lindner en HvJ EU 15 maart 2012, C-292/10, NJ 2012/286, G/De Visser)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f88eb504cbcdd080fe9c3a86f68905ffecc9b8e84642f8b550c7ed515751979. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f88eb504cbcdd080fe9c3a86f68905ffecc9b8e84642f8b550c7ed515751979, en de alinea staat in dat document op bytes 24475 tot 25559.