Citaat | Rechtbank Overijssel 24 april 2017

Onder 5.1. Rechtbank Overijssel 24 april 2017

Een alinea uit Rechtbank Overijssel 24 april 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:1746.

Volgens vaste jurisprudentie geldt bij beantwoording van de vraag of zich in een concreet geval een overtreding heeft voorgedaan, gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), als uitgangspunt dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust van een overtreding. In geval van twijfel dient aan de betrokkene het voordeel van de twijfel te worden gegund.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b32dcd79f97567ba50d1fdfffa276d55e278d0a6d206d6b8745c7a59d982881c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b32dcd79f97567ba50d1fdfffa276d55e278d0a6d206d6b8745c7a59d982881c, en de alinea staat in dat document op bytes 13560 tot 14047.