Citaat | Rechtbank Overijssel 29 november 2017
Onder 2.10. Rechtbank Overijssel 29 november 2017
Een alinea uit Rechtbank Overijssel 29 november 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:4516.
“(…) Wat betreft de zaak van [eiseres] kan ik u mede delen dat ik haar in 2008 en 2009 heb bijgestaan in haar echtscheidingsprocedure. Ik zend u stukken uit het inmiddels al jaren afgesloten dossier toe. Ik moet u hierover het een en ander uitleggen. Daarin is door mij beslag gelegd op een bankkluis waarin een aantal sierraden van mevrouw en haar dochter lagen. Hoewel in de beschikking d.d. 08-10-2008 is bepaald dat de sieraden in de kluis aan de vrouw dienen te worden afgegeven is om onduidelijke reden door mij aan de deurwaarder -weliswaar onder protest- op 28 oktober 2009 opdracht gegeven om de inhoud van de kluis aan de man te overhandigen. Dit omdat de beslagkosten hoger dreigden uit te vallen dan de waarde van de goederen en cliënt deze kosten niet kon dragen. Echter heb ik me vergist (kennelijk is de beschikking door mij niet goed gelezen en/of heb ik erover heen gelezen immers het was mij niet duidelijk dat de sieraden in de kluis aan de vrouw waren toebedeeld) en helaas heeft de advocaat van de man mij daar ook geenszins op gewezen toen ik onder protest de deurwaarder opdracht gaf. Toen ik erachter kwam is weliswaar met de advocaat van de wederpartij gecorrespondeerd echter zijn cliënt weigert domweg de zaken af te geven. Ik heb mevrouw op 29 oktober 2009 aangeschreven en aangegeven dat wellicht toch nog een procedure aanhangig gemaakt moet worden en verzocht haar de meegezonden opdracht bevestiging getekend aan mij te retourneren. Dat heef zij echter niet gedaan. Daarom is de zaak blijven liggen of beter gezegd nooit aangepakt. Wel heb ik nog begin vorig jaar na telefonisch verzoek van cliënt opnieuw de advocaat wederpartij hierover aangeschreven en opnieuw werd door hem verzocht om geen executiemaatregelen te nemen. Vervolgens is weer niets gebeurd. Er moet inderdaad worden doorgepakt desnoods moet de man worden gedagvaard tot afgifte van de sieraden. U dient dan wel een nieuwe toevoeging te vragen. Het is een vervelende zaak waarin ik werkelijks iets doms heb gedaan maar ik kon ook niet verder zonder dat cliënt mij daartoe opdracht geeft. Ik begrijp dat zij mijn bijstand nu ook niet meer wenst. Ik ben bereid om de eigen bijdrage en/of griffierechten die haar wordt opgelegd voor mijn rekening te nemen om haar enigszins tegemoet te komen in deze. (…)”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2a5822d676689a10ed848a0675fa7a8e19abe751640cbcc0e4c3f3bb76890c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2a5822d676689a10ed848a0675fa7a8e19abe751640cbcc0e4c3f3bb76890c9, en de alinea staat in dat document op bytes 15021 tot 17405.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2a5822d676689a10ed848a0675fa7a8e19abe751640cbcc0e4c3f3bb76890c9 | shasum -a 256