Citaat | Rechtbank Overijssel 16 januari 2018

Onder 3.1. Rechtbank Overijssel 16 januari 2018

Een alinea uit Rechtbank Overijssel 16 januari 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:164.

[verzoeker] vordert de aanzegvergoeding van artikel 7:668 lid 3 BW omdat [A] niet schriftelijk uiterlijk een maand voordat de arbeidsovereenkomst eindigde hem heeft geïnformeerd dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden voortgezet. Het gaat om een bedrag van € 1.860,48 bruto. Het verzoek is (nog net) op tijd – bij dagvaarding van 1 augustus 2017 – gedaan, immers binnen drie maanden na de dag waarop de verplichting op grond van artikel 7:668 lid 1 BW is ontstaan ofwel binnen twee maanden na het einde van het dienstverband. [verzoeker] is dus ontvankelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30bdd2842735dcb7443c529d33cd33df6e0be3933c813f7bd0184dcf80cfd02f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30bdd2842735dcb7443c529d33cd33df6e0be3933c813f7bd0184dcf80cfd02f, en de alinea staat in dat document op bytes 9269 tot 9860.