Citaat | Rechtbank Rotterdam 18 december 2002

Alinea 37 Rechtbank Rotterdam 18 december 2002

Een alinea uit Rechtbank Rotterdam 18 december 2002, ECLI:NL:RBROT:2002:AF2141.

De ingezette infiltrant, althans degene die de informatie heeft verzameld, speelt een zeer belangrijke rol in deze zaak. Voor de verdediging is het van belang de totstandkoming van de waarnemingen, als ook de waarnemingen zelf te kunnen toetsen, ook indien de waarnemingen slechts dienen als "startinformatie". In de Ramola-zaak van het Hof Amsterdam (NJ 1996/422) heeft het Hof uitgemaakt dat het onderscheid tussen "startinformatie" die niet mag worden gebruikt voor het bewijs en overige informatie die wel mag worden gebruikt voor het bewijs "nogal kunstmatig" aandoet. Het Hof overweegt dat het geenszins is uit te sluiten dat de in de "informatiefase" ingewonnen gegevens op de één of andere wijze indirect doorwerken in de bewijsgaring. Daarom dient volgens het Hof ook het overheidshandelen tijdens de informatiefase door de rechter te worden beoordeeld op de criteria proportionaliteit, subsidiariteit, deugdelijke verslaglegging en voldoen aan het Tallon-criterium. Die controle is in de onderhavige zaak niet mogelijk gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d613dc8ef4dc6b80ccbaf7e243676fc133496f3137265bbe3ab97b234fb2bb7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d613dc8ef4dc6b80ccbaf7e243676fc133496f3137265bbe3ab97b234fb2bb7c, en de alinea staat in dat document op bytes 15052 tot 16105.